naar top
Menu
Logo Print
01/07/2019 - ELISE NOYEZ

WANNEER GEEN ENKELE HANDLEIDING NOG VOLSTAAT

EDC VAN MARCKE BRENGT INSTALLATIEBEDRIJF VAN MAELE OP ONONTGONNEN TERREIN

V.l.n.r.: Aldric d’Oultremont, Jan Pieter Somers en Tom Prinzie in het nieuwe distributiecentrum van Van Marcke
V.l.n.r.: Aldric d’Oultremont, Jan Pieter Somers en Tom Prinzie

Een doorgedreven energiezuinig ontwerp, waarin alle aspecten van duurzaamheid aan bod komen. Zo omschreef de vakjury van de Sanilec Awards 2019 het nieuwe distributiecentrum van Van Marcke in Aalbeke. Jan Pieter Somers, verantwoordelijke HVAC en Sanitair bij Van Maele nv, dat instond voor de uitvoering van de technische installaties, mocht begin april dan ook trots de award in de categorie Hernieuwbare Energie in ontvangst nemen. Samen met Aldric d’Oultremont en Tom Prinzie, respectievelijk Project Manager en Project Manager Technieken bij Van Marcke, belicht hij de grootste uitdagingen van het project.

Bouwheer: Van Marcke Properties
Architect: AAVO Architecten
Studiebureau: Boydens Engineering
Installatie: Van Maele nv
Boringen: Geothermie Verbeke

Kerncijfers:
• 518 boringen van 66 m diep;
• 5 warmtepompen (170 kW) voor een totaal verwarmingsvermogen van 850 kW;
• 3 circulatiepompen (215 m3/h);
• 13 luchtgroepen (3.000-20.000 m3/h);
• gemiddeld 10 fulltime medewerkers van Van Maele op de werf, gedurende 2 jaar.

EERSTE STAPPEN IN INDUSTRIE

“Dit was geen klassiek project voor Van Maele”, laat Somers meteen verstaan. “Historisch hebben wij als installatiebedrijf vooral ervaring met ziekenhuizen en zorginstellingen. Dat zijn weliswaar ook projecten van een aanzienlijke schaal, maar de verbruikers zelf zijn doorgaans kleiner en de aandachtspunten beduidend anders. Omdat de markt verandert en de opdrachten in dat segment schaars worden, proberen we sinds een aantal jaar echter meer te diversifiëren. Het EDC is een van de eerste industriële projecten in ons portfolio, maar we wisten meteen dat we op de offertevraag zouden intekenen. Van Maele is ruim 50 jaar klant bij Van Marcke, en het is een eer om die jarenlange samenwerking met dit project te mogen bezegelen.”

Met het EDC waagt Van Maele zich natuurlijk meer dan zomaar op onbekend terrein. Het nieuwe distributiecentrum van Van Marcke is immers niet het eerste het beste industriële gebouw; wél een prestigeproject dat de klimaatambities en technische expertise van de grossist wil onderstrepen en bij de finale oplevering niet alleen volledig CO2-neutraal moet zijn, maar tevens uitstekende BREEAM-scores moet halen.

“We hebben meermaals ervaren dat wat er op papier goed uitziet, in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend is” - Aldric d’Oultremont, Project Manager EDC, Van Marcke

EDC, De bodemenergie wordt verdeeld naar drie onderstations doorheen het gebouw. Daar wordt er, afhankelijk van de situatie, gekozen voor koeling (via een warmtewisselaar) of verwarming (via een warmtepomp). Elk onderstation heeft ook zijn eigen regelbord
De bodemenergie wordt verdeeld naar drie onderstations doorheen het gebouw. Daar wordt er, afhankelijk van de situatie, gekozen voor koeling (via een warmtewisselaar) of verwarming (via een warmtepomp). Elk onderstation heeft ook zijn eigen regelbord

VAN BEO NAAR BKA

Drie kloppende harten

Centraal in dat streven naar duurzaamheid staat onder meer de aanleg van een van de grootste BEO-velden van de Benelux. Geothermie Verbeke realiseerde daarvoor 518 boringen op het terrein, telkens met een diepte van 66 m. “Het glycolwater dat door de sondes loopt, komt het gebouw binnen in het pomplokaal”, legt Somers uit. “Dat is het kloppend hart van de installatie. Drie parallel geïnstalleerde pompen zorgen ervoor dat al die energie – al dat glycolwater – verder doorheen het gebouw verdeeld wordt naar evenveel onderstations: één voor de inboundzone, één voor de outboundzone en één voor het kantoorgedeelte.”

Verwarming

Vanuit de onderstations worden de verschillende zones verwarmd. “De onderstations van de in- en outbound zijn daarvoor elk voorzien van een geothermische warmtepomp; in het grote onderstation staan er drie”, aldus Somers. De kern van het gebouw wordt niet actief verwarmd; dat gebeurt via de inertie. Doorheen de andere ruimtes wordt gebruikgemaakt van diverse afgiftesystemen. “In de landschapskantoren hebben we gebruikgemaakt van klimaatplafonds,” weet Project Manager Aldric d’Oultremont, “ter hoogte van beide laadkaaien is er betonkernactivering voorzien, in de opleidingsruimtes staan er convectoren en verder is er nog vloerverwarming – allemaal systemen die op een laag temperatuurregime werken en dus uitstekend combineren met de warmtepompen.”

De ventilatie (die in onderaanneming  werd geplaatst) gebeurt via een totaal  van 13 luchtgroepen. Ter ondersteuning  van de passieve koeling wordt de extractielucht bevochtigd voor indirecte adiabatische koeling
De ventilatie (die in onderaanneming werd geplaatst) gebeurt via een totaal
van 13 luchtgroepen. Ter ondersteuning van de passieve koeling wordt de extractielucht bevochtigd voor indirecte adiabatische koeling

Passieve koeling

Minstens even belangrijk is volgens Tom Prinzie, Project Manager Technieken, dat alle afgiftesystemen omkeerbaar zijn. “De koeling van het gebouw verloopt volledig via dezelfde weg. We hebben er bewust voor gekozen om dat enkel passief te doen: als er in de zomer koeling nodig is, worden de warmtepompen gebypasst en wordt de koude van de bodem (en dus het glycolmengsel) via een platenwarmtewisselaar aan het circulatiewater overgedragen.”

Toch werden er ook een aantal veiligheden ingebouwd. “Op de extractie hebben we een deel adiabatische koeling voorzien ter ondersteuning van de freecooling, en verder is er ter hoogte van de luchtgroepen een enkele omkeerbare warmtepomp geplaatst. In geval van uiterste nood kan deze voor actieve koeling zorgen.”

Sanitair warm water

Zonneboilers, ten slotte, zorgen voor de aanmaak van sanitair warm water. “De keuze voor zonneboilers in plaats van warmtepompboilers vindt haar oorsprong onder meer in het BREEAM-verhaal”, legt Prinzie uit. “Dat legt immers op dat je in eerste instantie zo veel mogelijk zonne-energie moet benutten. Voor de eventuele naverwarming van het SWW maken we overigens eerst gebruik van de warmte afkomstig van de ketels uit onze opleidingsruimte. Pas nadien treden de twee andere ketels in werking.”

“De afstanden in dit gebouw zijn enorm, met als gevolg dat we een oplossing moesten vinden voor thermische uitzetting” - Jan Pieter Somers, Verantwoordelijke HVAC & Sanitair, Van Maele

TUSSEN DROOM EN DAAD

Het streven naar de hoogst mogelijke BREEAM-scores tekende het project volgens de projectverantwoordelijken op wel meerdere manieren. “Voor heel wat zaken die we hier geïmplementeerd hebben, bestaan geen kant-en-klare oplossingen of producten”, aldus Prinzie. “Dat moest allemaal door het studiebureau ontworpen worden.” “Wat er op papier goed uitziet, is in de praktijk echter niet altijd vanzelfsprekend”, zet d’Oultremont bij. “Er was heel wat onderling overleg nodig, tussen alle partijen, om die ontwerpen te concretiseren en de juiste producten in de juiste combinatie aan de juiste prijs te kunnen plaatsen.”

Proefboringen

“Op een bepaald moment zijn er ook eenvoudigweg geen handleidingen meer”, vervolgt Prinzie. “Daarom hebben we in het BEO-veld bijvoorbeeld twee extra proefboringen voorzien. Een glasvezelkabel meet daar op elke halve meter de bodemtemperatuur, zodat we kunnen nagaan hoe dat BEO-veld effectief fungeert: werken de boringen onafhankelijk van elkaar of wordt het één grote batterij?”

Lineaire uitzetting

Een van de grootste onzekerheden voor Somers was dan weer de thermische uitzetting van de buizen in het magazijn. “Het gaat hier om afstanden tot 250 m, in één rechte lijn, en temperatuurverschillen van 4 °C tot binnentemperatuur. Dat komt in België zelden voor. Neem daarbij de talloze obstakels die gepasseerd moeten worden – sprinklers … – en je zit met een enorme uitdaging. Daarvoor ben ik dan ook bij diverse fabrikanten en specialisten te rade moeten gaan. Een echte leerschool, maar wel kennis die ik nu ook in andere projecten kan meenemen.”

In het pomplokaal zorgen drie pompen dat al het glycolwater uit de boringen doorheen het gebouw verdeeld wordt

“Alvorens we de pompen opstartten, moesten we zeker weten dat alles ontlucht was en op druk stond. Dat was een bijzonder spannend moment” - Tom Prinzie, Project Manager Technieken, Van Marcke

Het moment van de waarheid

Het absolute moment van de waarheid was voor alle betrokken partijen evenwel de opstart van de pompen. “Zelfs het studiebureau zei op dat moment dat ze zouden bijleren”, lacht Prinzie. Opstarten kon namelijk pas wanneer alles correct geïnstalleerd en de installatie volledig ontlucht was. “Omdat alles op hetzelfde circuit zit, loop je het risico dat het hele systeem bij een lek drukloos komt te staan en dat de pompen kapotdraaien”, legt Prinzie uit. “Dat het circuit over de grenzen van aanneming loopt – het BEO-veld buiten was de verantwoordelijkheid van Geothermie Verbeke, alles binnen die van Van Maele – maakte het er bovendien niet eenvoudiger op. We moesten heel goed weten wie gevuld had, wie ontlucht … Communicatie en overleg waren daarin essentieel.”

“Je loopt een checklist af, en op het moment dat je denkt dat alles effectief afgepunt is, moet je je verantwoordelijkheid nemen”, zegt Somers. “Dan kan je niet anders dan op de knop duwen.”

LOKALE DRINKWATERPRODUCTIE UIT REGENWATER

Een tweede cruciale pijler in de duurzaamheidsambities van het nieuwe distributiecentrum van Van Marcke is de lokale opwaardering van regenwater tot drinkwater. Ook daar bleek de kloof tussen droom en daad echter onverwacht hoog. “Verschillende (internationale) fabrikanten zeiden oorspronkelijk dat ze de plannen van het studie­bureau konden invullen,” vertelt Prinzie, “maar gaandeweg bleek de realiteit anders, met veiligheid en conformiteit met de wetgeving als grootste struikelblokken. We hebben ons concept dan ook moeten aanpassen en hebben samen met lokale partners – Van Maele enerzijds, Hydris anderzijds – naar een nieuwe oplossing gezocht.”

“Als installateur zijn wij verantwoordelijk als er zich een probleem voordoet,” vult Somers aan, “dus het is belangrijk dat we zekerheden hebben. De toestellen die we hier plaatsen, zijn ons gelukkig bekend; enkel de specifieke opstelling en technologische invulling verschillen van eerdere projecten. Maar daarvoor kunnen we dan weer rekenen op de voorschriften en begeleiding van Hydris.”

“Uiteindelijk is het ook niet zozeer de opstart die ons zorgen baart”, zegt Prinzie. “Veel kritischer zal het onderhoud zijn. Daarvoor stellen we in samenspraak met onze juri­dische dienst dan ook specifieke procedures op.”

De technische ruimtes zijn erg ruim opgevat. Dat maakt installatie en onderhoud alvast heel wat eenvoudiger
De technische ruimtes zijn erg ruim opgevat. Dat maakt installatie en onderhoud alvast heel wat eenvoudiger

COMFORTABEL EN EFFICIENT INSTALLEREN

Een technische installatie als uitdrukking van duurzaamheidsambities ... het is duidelijk geen sinecure. En toch leverde het volgens Somers ook de nodige voordelen op. “Over het algemeen wordt alles in de bouw kleiner, maar hier gold het tegenovergestelde. Omdat de technische ruimtes ook als showroom moeten dienen, werd er overal voldoende plaats voorzien. In elk onderstation zijn er bijvoorbeeld ruime gangpaden rond de installaties, wat zowel plaatsing als onderhoud aanzienlijk vereenvoudigt.”

Daarnaast zorgde ook de organisatie van de technische installaties in drie onderstations, die elk een aparte zone bedienen, voor extra efficiëntie in de uitvoering. “Dankzij die logische opbouw konden wij gefaseerd te werk gaan, zone per zone, en konden onze teams gaandeweg doorschuiven en plaatsmaken voor andere bouwpartners. Op die manier hebben we de vooropgestelde planning steeds kunnen respecteren, en dat zijn we ook voor de allerlaatste deadlines – het kantoorgebouw wordt deze zomer opgeleverd – van plan.”