naar top
Menu
Logo Print
10/05/2019 - WOUTER VERHEECKE

“GEEN REDEN OM INSPECTIES ROND LEKDETECTIECONTROLES TE VERMINDEREN"

Dubbelinterview met beleidsmedewerker en handhaver Vlaamse overheid

Dubbelinterview
Sven Claeys en Katelijne Schaerlaekens

Koeltechnici zijn momenteel moeilijk te vinden en hun instroom op de arbeidsmarkt is miniem. Nochtans zijn er heel veel dergelijke profielen nodig, want koelinstallaties vind je in alle mogelijke sectoren en de koelmiddelenproblematiek is nog lang niet van de baan. De overheid zet dan ook zwaar in op de inspecties van lekdetectiecontroles en blijft dit klimaatthema hoog op de politieke agenda zetten, wat goed nieuws is voor koeltechnici die deze controles uitvoeren. “Zij staan namelijk in de frontlinie in de strijd tegen lekkende installaties", zeggen beleidsmedewerker Sven Claeys en handhaver Katelijne Schaerlaekens.

Wat zegt de huidige wetgeving over het gebruik van HFK-koelmiddelen en -installaties?

Sven Claeys: “De uitbatingsvoorwaarden van dergelijke installaties zijn vastgelegd in de Europese verordening 517/2014, die rechtstreeks van toepassing is in alle Europese lidstaten. Zowel vanuit de Vlaamse, Waalse als Brusselse wetgeving wordt naar deze verordening verwezen. Ze legt onder meer de frequentie van de verplichte lekdichtheidscontroles vast, sinds geweten is dat HFK-koelmiddelen of HFK-mengsels schadelijk zijn voor het milieu, omdat ze sterk bijdragen aan de opwarming van de aarde. Zo is de uitstoot van 1 kg R404A, een veelgebruikt HFK-koelmiddel, equivalent aan de uitstoot van 3,9 ton CO2. Voor die frequentiebepaling wordt de inhoud van de koelinstallatie beschouwd; zowel de hoeveelheid koelmiddelen als de aard hiervan. De schadelijkheid voor het milieu - de zogeheten F-gassenproblematiek - wordt voor elk koelmiddel uitgedrukt als een GWP-waarde ('Global Warming Potential'), met CO2 als referentie. Het product hiervan met het aantal kilogram koelmiddel resulteert in het aantal ton CO2-equivalenten. Er zijn hierbij drie grenzen vastgelegd: vanaf 5 ton CO2-equivalenten is er om de 12 maanden een lekdetectiecontrole nodig, vanaf 50 ton om de 6 maanden en vanaf 500 ton elke 3 maanden. Heeft men echter een permanent lekdetectiesysteem in gebruik, dan mag men de controlefrequentie halveren."

Welke beweegredenen zitten hierachter?

Katelijne Schaerlaekens: “De wetgeving stimuleert op verscheidene manieren de verschuiving van het gebruik van koelmiddelen met een hoge naar een lagere GWP-waarde. Is deze waarde lager, dan mag de inhoud immers hoger zijn voor dezelfde controlefrequentie of kun je zo in een lagere frequentieklasse voor de controles komen. Bovendien zijn er voor de producenten en importeurs van koelmiddelen sinds 2015 HFK-quota opgelegd, en dit plafond zal vijftien jaar lang systematisch verlaagd worden. Zo worden zij dus aangemoedigd om koelmiddelen met een lagere GWP te produceren, willen ze hun klanten nog grote volumes kunnen aanbieden. Met deze 'phase down' wordt tegelijk bewust een schaarste van koelmiddelen met een hoge GWP gecreëerd, waardoor de prijs hiervan de hoogte ingaat. Die zijn dan dus niet alleen ecologisch, maar ook economisch minder interessant. Tot slot mogen exploitanten met een installatie vanaf 40 ton CO2-equivalenten vanaf 2020 geen nieuw geproduceerde koelmiddelen meer gebruiken; alleen gerecycleerde. Zij hebben er dus om verscheidene redenen alle belang bij dat hun installatie niet lekt en dat ze de wettelijke bepalingen rond de lekdetectiecontroles strikt naleven."

KOELTECHNICUS, EEN KNELPUNTBEROEP

Er zijn en blijven veel koeltechnici nodig, maar toch is er nauwelijks instroom aan nieuwe werkkrachten. Koeltechnicus is dan ook een officieel knelpuntberoep. Beleidsmedewerker Sven Claeys zoekt de verklaring hiervoor in het feit dat de complexiteit van de job is toegenomen. “Het moet iemand zijn met kennis van het koeltechnische proces en regeltechniek. Hij moet niet alleen alle technische handelingen correct kunnen uitvoeren, maar ook op de hoogte zijn van de milieuregelgeving en ook de nodige administratieve verplichtingen kunnen verrichten. Bovendien moeten koeltechnici dikwijls 24/24 uur beschikbaar zijn voor spoedinterventies bij grote klanten en dito installaties. Ook dit schrikt hen dikwijls af", klinkt het.

Wie mag dergelijke lekdetectiecontroles uitvoeren en wat houden hun taken en verplichtingen precies in?

Claeys: “Diezelfde Europese verordening legt een erkenningsverplichting op voor koeltechnici die koelmiddelen willen bijvullen of aftappen, of koelinstallaties willen controleren op hun lekdichtheid. Die erkenning wordt door alle gewesten apart georganiseerd. De kandidaat moet hiertoe slagen voor een examen in een erkend opleidingscentrum naar keuze. Dit examen omvat praktische proeven, zoals hardsolderen en een aantal standaardhandelingen, en theoretische vragen over de wetgeving en techniek. Na vijf jaar is er een louter theoretisch actualisatie-examen nodig over eventuele wijzigingen in de regelgeving. Niet alleen de koeltechnicus zelf, maar ook het koeltechnisch bedrijf waarvoor hij werkt, moet erkend zijn en kan geauditeerd worden."

Schaerlaekens: “Wanneer de koeltechnicus een lek vaststelt, dan moet hij dit binnen de 14 dagen herstellen en binnen de 30 dagen een hercontrole uitvoeren. De beschrijving van de methoden en het resultaat van de controles moet samen met de naam van de erkende koeltechnicus worden ingeschreven in een logboek. Dat moet door de exploitant worden bijgehouden en daar te allen tijde consulteerbaar zijn, en dit tot vijf jaar terug in de tijd. Bij hem moeten we overigens ook de constructie-attesten kunnen inkijken. In de praktijk gebeurt het invullen van dit logboek door de erkende koeltechnicus. Stelt die grote tekortkomingen vast, bijvoorbeeld dat de installatie meer lekt dan de wettelijk toegestane 5% op jaarbasis, dan moet hij de exploitant daarvan ook schriftelijk op de hoogte brengen in het kader van zijn erkenning. Tot slot moet hij ook een koelmiddelboekhouding met de lekverliezen en bijvullingen bijhouden."

Controle
"Het niet correct invullen of bijhouden van het logboek is voor ons een zware inbreuk bij de inspecties. Bij vaststelling kan een pv worden opgesteld"

Beide partijen dragen dus een grote verantwoordelijkheid?

Schaerlaekens: “Precies! Het niet correct invullen of bijhouden van het logboek is voor ons een zware inbreuk bij de inspecties. Bij vaststelling van overtredingen kan een Verslag van Vaststelling of proces-verbaal worden opgesteld. De strafmaat hangt af van de ernst en de frequentie van de overtredingen. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in het intrekken van de erkenning van de koeltechnicus. Het logboek is voor ons dus een belangrijk administratief instrument voor de inspecties, maar het helpt de koeltechnicus natuurlijk ook bij het uitvoeren van zijn werk, om zo de geschiedenis van de installatie te kunnen achterhalen."

Claeys: “Het is de verantwoordelijkheid van de exploitant om zijn installatie tijdig op lekdichtheid te laten controleren volgens de wettelijke frequentieverplichtingen, boven op de eventuele permanente lekdetectiesystemen die verplicht zijn bij installaties vanaf 500 ton CO2-equivalenten. De periodieke controles met mobiele meters hoeven niet contractueel te worden vastgelegd met de koeltechnicus, maar die laatste heeft er natuurlijk alle belang bij om dit voor zijn klant mee op te volgen, of zelfs preventieve controles voor te stellen. In dit digitale tijdperk kan het logboek een webapplicatie zijn, kan de technicus de exploitant automatisch een mail sturen wanneer een controle nodig is, en kan hij een voorstel voor een revisie of een nieuwe installatie meesturen bij de vaststelling van grote tekortkomingen."

Zijn er ook wettelijke bepalingen voor de detectiegereedschappen en -methoden?

Claeys: “Neen, de erkende koeltechnicus mag zelf bepalen met welke tools hij de lekdetectiecontrole uitvoert en inschatten wat de beste methode is om het lek op te speuren. In VLAREM is wel bepaald dat, zodra er een vermoeden van een lekkage is, hij een lekdetector met een gevoeligheid van minimaal 5 g per jaar moet gebruiken. De Afdeling Handhaving beschikt overigens zelf ook over mobiele lekdetectoren, om zo zelf een lekdetectiecontrole te kunnen uitvoeren. De inspecties zijn dus niet louter administratief."

Wat is jullie slotboodschap?

Schaerlaekens: “We voeren al sinds 1998 inspecties rond lekdetectiecontroles uit en de afgelopen jaren controleerden we 150 tot 250 koelinstallaties per jaar. Wij zien momenteel geen reden om deze activiteit af te bouwen; deze milieu-inspecties blijven voor ons een prioriteit. We stellen namelijk vast dat sensibilisering of handhaving alleen niet volstaat, als overheid moeten we ons blijven inzetten op beide luiken in ons beleid. Dit is in feite dus goed nieuws voor de koeltechnici, die zo gegarandeerd blijven van werk!" 

Meer info over de wetgeving en erkenningen vindt u op de website www.lne.be.